Mijn eerste zangles - Marian's blog - Marian Slagman

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mijn eerste zangles

Gepubliceerd door Marian Slagman in Blog · 17/2/2017 13:58:52

Ik neem plaats voor de passpiegel en denk ‘moet dit echt?’. Met tegenzin kijk ik m’n spiegelbeeld aan en ik zie dat ik vanmorgen toch echt wat langer over m’n outfit na had moeten denken. Op verzoek van de juf haal ik diep adem en begin m’n stembanden al neuriënd op te warmen.

“Pak je neusbot vast” is de eerste instructie die ik krijg. Een beetje raar, dit heb ik nog nooit een operazangers zien doen, maar dit kan ik. Vingers op neusbot – geen probleem.

Deze instructie wordt al snel gevolgd door “Hou je voortanden vast.” Met dit concept heb ik wat meer moeite – hoe hou je in vredesnaam je voortanden vast? Het is niet alsof ik ze even uit m’n kaak kan halen. Na een korte uitleg van juf snap ik dat het de bedoeling is m’n vingers tegen m’n voortanden aan te houden. Dat gaat al beter, alhoewel ik nu geen enkel woord meer fatsoenlijk uit kan spreken, wat me toch lastig lijkt bij het zingen. Maar het geeft niet, want we gaan vocaliseren…

Vocali-wat-ten? Vocaliseren: alle noten op één en dezelfde klank zingen, als in oe-oe-oe-oe-oe of ah-ah-ah-ah-ah. Okay, dat kan ik ook, en inderdaad heb ik weinig last van die vingers tegen m’n tanden of op m’n neusbot – behalve dan dat ik kramp in m’n ellenbogen en schouders krijg. Wat zullen ze er thuis van zeggen als ik met spierpijn in m’n schouders en armen uit de zangles kom…?

Ik oe-oe-oe-oe verder en krijg een grote glimlach van de juf toegeworpen: ik doe het goed, jippie!!! Het klinkt voor geen meter, maar hé, als zij tevreden is zal het wel goed zijn.

“Zet je neusvleugels uit” roept juf en ik val gelijk stil. Ik kijk in de spiegel en snuif en wiebel net zo lang tot ik inderdaad zie dat m’n neusgaten groter worden. Helaas staat de rest van m’n gezicht nu in zo’n verwrongen masker dat er van de ontspanning die nodig is om te kunnen zingen geen sprake meer is. Dat wordt thuis oefenen…

“Hoe staat jouw tong als je zingt?” vraagt juf. Mijn tong? Die staat niet, die ligt. In m’n mond wel te verstaan. Dat bedoelt ze niet. Ze wil weten of ie hol of bol is. En waar wijst het puntje van m’n tong heen? Naar boven of naar beneden? Hoe moet ik dat weten? Veel verder dan ‘in m’n mond’ kom ik niet.
Juf vertelt me geduldig over het belang van de tongstand bij het zingen. Blijkbaar ben ik heer en meester over mijn tong en kan ik ‘m vertellen wat ie moet doen. Okay… Dat wordt ook thuis oefenen…

Na de tong is m’n huig aan de beurt. Je weet wel, dat ding dat achter in je keel hangt en waarvan je, als je ‘m aanraakt, over je nek gaat. Ook over dat ding schijn ik de baas te zijn en ik schijn ‘m op te kunnen trekken... Vol goede moed brom ik juf na en begin pardoes vreselijk te kokhalzen. Op deze oefening komen we later in de cursus terug en dit ga ik dus niet thuis oefenen!

De warming up is klaar en nu gaan we zingen. Of liever gezegd melodietjes nazingen op rare klanken: mom-mom-mom, vi-va-vo-vo-vo-va-vi, zi-za-zo-zo-zo-za-zi, met daarbij allerlei vage aanwijzingen:

“Als je laag zingt, moet je hoog denken.” Pardon?

“Denk aan een glimlach als je laag zingt, dan kantelt je strottenhoofd.” Okay… waar het goed voor is weet ik niet, maar ik doe m’n best. Al mom-mom-mom-end denk ik aan de allerliefste glimlach die ik in me heb. Ik gluur opzij en zie juf hard glimlachend naar me knikken – het gaat goed! Ik draai me terug naar m’n spiegelbeeld en schrik me een hoedje! Vanuit de spiegel staart een gezicht terug dat het mijne moet zijn. Maar ik zie een soort monster dat me met een donkere concentratie frons, een verwrongen grijns en wijd open gesperde neusgaten aanstaart. Van schrik spring ik een stapje terug en sla daarbij met de hand die m’n neusbot vasthield tegen m’n voorhoofd en bijt vervolgens op de vingers die tegen m’n tanden zaten... Weg concentratie, weg geluid. Jammer, het ging zo goed. Geluid-technisch dan, want wat stage presence betreft was het niet best.

Ik schud de slappe lach die aan komt kriebelen van me af en concentreer me op de rest van de les. We gaan de hoogte in! Dat gaat redelijk tot ik bij een punt kom waarop er geen geluid meer uit m’n keel komt. De ene noot zing ik prachtig en alhoewel ik voor m’n gevoel nog steeds zing, lijkt het of iemand op de mute knop gedrukt heeft: er komt helemaal geen geluid meer uit mijn keel. Juf knikt begripvol: ik heb m’n registerbreuk gevonden. Heel fijn, ik wist niet eens dat ik ‘m had. Beter nog, ik weet niet wat het is…

Er volgt weer een korte uitleg die eigenlijk voor zich spreekt: breuk = stuk, met andere woorden; op dit punt breekt mijn stem en wil ie niet verder. Fijn om te weten, maar hoe los ik dit nu weer op?
Daar weet juf wel wat op: “Zing de toonladder terwijl je met je armen zwaait. Op de hoogste noot zijn je armen boven je hoofd en op de laagste noot zijn ze beneden.”

Ook dit heb ik een operazangers nog nooit zien doen. Maar blijkbaar is zangles anders. En blijkbaar heeft gêne daar geen plaats en had ik ál m’n zelfrespect, samen met m’n jas, aan de kapstok moeten hangen. Dus gooi ik het laatste restje ook maar overboord en laat me gaan: ik zwaai en zwaai en zwaai. Ik gluur weer in de spiegel (dom, dom, dom) en zie dat ik een redelijk overtuigende impressie doe van een lamme zwaan. Helaas wel zonder geluid.

“Probeer er eens bij te bukken.” Wat?!

“Buk naar voren en laat je bovenlichaam met de toonladder mee omhoog komen.” Mijn impressie van de lamme – en inmiddels ook dronken – zwaan verdient een Oscar. Na nog een laatste aanmoediging van juf, “Laat het los, laat het gaan. Denk nergens aan en laat het gewoon gaan.” knalt er een groot, vol, prachtig geluid door de zaal… Waar kwam dat vandaan? Verbaasd kijken juf en ik elkaar aan: dat was ik!

We gaan nog wat proberen om het geluid op een wat meer fatsoenlijke manier uit mijn keel te krijgen. Want een impressie van een donken, lamme zwaan doet het waarschijnlijk niet zo goed tijdens optredens. In een ensemble zou het al snel betekenen dat ik te erg opval en ook zou ik hoogstwaarschijnlijk m’n collega zangers van het podium slaan. Beiden lijken me geen goed idee.
Juf heeft iets nieuws bedacht. “Doe je ogen dicht en kijk scheel. ”

Nog één keer denk ik: wat?! “Gewoon zoals ik zeg: met je ogen dicht scheel kijken.”

Ik heb toch geen greintje zelfrespect meer, dus daar gaan we; ogen dicht, scheel kijken en zingen. En jawel, daar is dat prachtige geluid weer! Wat goed!

Het is alleen een beetje jammer het ook niet erg charmant is om op een podium scheel te kijken. “Maar,” zegt juf “als je je ogen dicht hebt, ziet niemand dat!”. En opeens snap ik waarom opera zangeressen zo vaak gekweld hun blik van hun publiek afwenden of hun ogen ten hemel slaan: dan ze kijken scheel!




Geen commentaren

Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu