Nachtrust - Marian's blog - Marian Slagman

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Nachtrust

Gepubliceerd door marian Slagman in blog · 17/2/2017 14:01:34

Ik ren en ren en ren. Ik ren door een achterbuurt met allerlei donkere steegjes en ik ken de weg niet. Ik struikel, blijf net staan en ren verder. Links af, rechts af. De straatlantaarns doen het niet en het enige licht dat zie ik zijn de koplampen van auto’s die ver weg langs rijden en een vergeten lamp achter een raam waar ik langs ren.

Het voelt alsof ik al uren aan het rennen ben: m’n neusholten en keel branden en m’n hart klopt in m’n keel. Ik gluur achterom en zie de vampier op z'n gemak achter me aan joggen: hij speelt met me. Als hij wil kan hij me met één sprong te pakken hebben. Waar ik ook heen vlucht, hoe hard ik ook ren, hij blijft een paar meter achter me. Net ver genoeg om mij te laten denken dat het me gaat lukken om weg te komen en net dicht genoeg bij om het angstzweet op m’n rug te voelen.

Ik probeer nog harder te rennen en kijk om me heen of ik ergens kan vluchten. Alle steegjes lijken op elkaar: donker, krap en bezaaid met afval. Lege dozen, omgevallen afvalbakken, kapot getrapte pallets en piepschuimen verpakking. Ik ben de wanhoop nabij als ik aan het eind van een steegje eindelijk iets bekends zie: mijn huisje!
Ik sprint erop af, want ik weet dat een vampier onuitgenodigd niet binnen kan komen. De vampier snapt wat ik van plan ben en begint te sissen en grommen terwijl hij zijn benen in een hogere versnelling gooit.

Ik ren zoals ik nog nooit gerend heb: m’n hart pompt en pompt, de tranen springen uit m’n ogen en m’n longen branden van de inspanning. Ik grijp de deurkruk en tot m’n grote geluk is de deur niet op slot. Ik trek de deur open, vlieg naar binnen en gooi de deur achter me dicht. Buiten adem gil ik tegen de dichte deur: ‘Je bent NIET welkom! Je bent NIET welkom!!’

Ik hoor de vampier voor de deur staan. Ik kan zijn gore adem door de deur heen ruiken en ik hoop met al m’n wezen dat het klopt dat vampiers niet onuitgenodigd binnen kunnen komen. Ik heb het nog nooit uitgeprobeerd en als het niet zou werken, dan heb ik geen puf meer om nog verder te vluchten. Ik zou ook niet weten waarheen.
Bibberend sta ik tegen de deur aan gedrukt, alsof ik de vampier buiten kan houden door de deur dicht te klemmen. Ik hoor hem krabben aan het hout, hij snuift en sist, morrelt aan het slot en bonkt tegen het hout. En dan is het stil… Ik ben veilig!

Opeens zwelt het gesis en gegrom weer aan. De vampier is bij de deur weggegaan en staat nu voor het raam; hij gromt, sist, gilt en bonkt tegen de ruit. Zijn ogen fonkelen rood van kwaadheid en z’n gegil en gebonk wordt steeds luider en intenser. Het raam rammelt in de sponning en ik vrees dat de ruit het niet zal houden. Nagels schrapen over het glas en het gesis en gegrom zwelt nog verder aan. Ik knijp m’n ogen stijf dicht en wacht op het onvermijdelijke…

Ik schrik op van een knal tegen het raam en doe m'n ogen open. Het is pikdonker en ik sta niet meer in de gang. Ik grijp om me heen en voel de zachtheid van m’n beddengoed: ik lig in bed! Ik knipper met m’n ogen en langzaam raken ze aan het donker gewend. Ik lig inderdaad in m’n slaapkamer in bed. Het was een droom!

Maar... waarom zijn de geluidseffecten dan niet weg? Ik kijk om me heen en het gegrom, gesis en gebonk raast door... Er staat toch niet echt een vampier tegen m'n raam te bonken!!!
Met m'n hart in m'n keel spring ik uit bed. Deze droom is niet leuk meer! Wat moet ik doen? Hoe kan ik wakker worden! Ik ben al wakker... maar dat kan niet! Wat is er aan de hand!!!
Wat er aan de hand is? Er zit een vreemde kat op mijn balkon. En dat vind mijn eigen, doorgaans zachtaardige, maar op dit moment agressieve poeze-vriendin niet zo leuk: ze gromt, sist, gilt en slaat tegen de ramen om de balkon-indringer weg te jagen. Deze is echter niet onder de indruk van haar vertoon van agressie en zit nieuwsgierig het tafereel gaden te slaan. Rotkat!!

Trillend op m'n benen van de adrenaline schuif ik m’n op-dit-moment-niet-zo-favoriete-poeze-vriendin aan de kant - dat is nog niet zo makkelijk, want het lijkt wel of de duivel in haar gevaren is, Zo graag wil ze inbreekpoes te lijf gaan. Haar ogen glimmen van kwaadheid en even vraag ik me af of zij misschien…

Met vampier-poes aan de kant glip ik het balkon op: geen inbreekpoes meer te bekennen. Rotkat, grom ik nu zelf. Ik ril van de kou, glip naar binnen en stap m'n bed weer in.

En daar lig ik dan, met wijd open gesperde ogen, woest kloppend hart en bibberende ledematen: klaarwakker. Fijn, zo op zaterdag ochtend om 6 uur…

Mijn inmiddels gekalmeerde poeze-vriendin vleit zich naast me neer en kijkt me tevreden spinnend aan. ‘Heb ik dat even goed gedaan! Ik ben echt geweldig!’ lees ik in haar ogen en ik denk bij mezelf ‘Nou, geweldig!’




Geen commentaren

Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu